Nationaal Orgelmuseum verwerft 17e eeuwse orgelluiken

Bestuursleden en directeur van het museum, samen met commissaris Daniël Wigboldus en burgemeester Harm-Jan van SchaikDonderdag 26 maart was een feestelijke dag voor het Nationaal Orgelmuseum. Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland Daniël Wigboldus onthulde in het museum twee orgelluiken uit het begin van de 17e eeuw. Ze zijn beschilderd door David Colijns, een tijdgenoot van Rembrandt. De luiken worden beschouwd als topstukken binnen de collectie kerkelijke kunst en orgelgeschiedenis in Nederland.

Zo’n anderhalf jaar geleden werd het museum benaderd door Museum Catharijneconvent in Utrecht, met de vraag of twee orgelluiken uit hun depot misschien iets voor het Orgelmuseum zouden zijn. Wilma Seijbel, directeur van het Orgelmuseum, ‘We zeiden meteen “ja”, want dergelijke topstukken komen niet elke week voorbij. Maar de grote vraag voor ons was: waar kunnen we ze plaatsen, want ze hebben een enorm formaat, het is niet één object, maar het zijn er twéé en ze moeten ook nog eens naast elkaar hangen. We hebben er heel wat hoofdbrekers over gehad, we hebben een zaal wat moeten herschikken, maar dankzij de bouwkundige achtergrond van onze conservator en een lokale aannemer is een geweldige oplossing gevonden - en ja, ze hangen er.’

Het orgel waarvoor de luiken werden gemaakt, was oorspronkelijk gebouwd als zwaluwnestorgel door Jan van Covelen in 1525, voor de Kapel ter Heilige Stede in Amsterdam. In 1636 werd het orgel uitgebreid. Op dat moment zijn ook de luiken aangebracht. De luiken werden beschilderd door kunstschilder David Colijns, een tijdgenoot van Rembrandt. Ze waren beiden werkzaam in Amsterdam en tegelijkertijd lid van het beroemde Sint Lucasgilde, dat veel bekende schilders heeft voortgebracht. Het is onmiskenbaar dat ze elkaar hebben geïnspireerd. Colijns was zo’n vijfentwintig jaar ouder dan Rembrandt, en vooral in de jonge jaren van Rembrandt zie je veel gelijkenissen met het werk van Colijns. De expressieve gezichten, de wilde haardossen, de gedrapeerde kleding, het kleurgebruik: het komt ontegenzeggelijk overeen.
In 1871 werd een nieuw orgel in de kerk geplaatst (die inmiddels Nieuwezijds Kapel heette) en ging het oude orgelfront naar de Sint-Nicolaaskerk van Jutphaas. De luiken kwamen terecht in de collectie van Museum Catharijneconvent, die ze nu aan het Nationaal Orgelmuseum in permanente bruikleen heeft gegeven.
Wilma Seijbel: ‘We voelen ons bijzonder vereerd, dat het Catharijneconvent deze luiken aan ons toevertrouwt. Het is ook een stukje erkenning voor onze inspanningen een nationaal museum te willen zijn.’

De orgelluiken hebben een plaats gekregen in de zaal over de orgelkunst in de 17e en 18e eeuw, hoog aan de muur, precies zoals een kerkganger van vroeger ze gezien zou hebben. Conservator Cor van Kooten: ‘Als je de schilderingen van dichtbij ziet, zie je dat de menselijke verhoudingen wat vreemd zijn. Zo zijn de hoofden onevenredig groot en langgerekt. Op grotere hoogte valt alles op z’n plaats, omdat je dan van onderaf kijkt.’
De Commissaris van de Koning was bereid de orgelluiken te komen onthullen, in aanwezigheid van de waarnemend burgemeester van Elburg, Harm-Jan van Schaik. In zijn toespraak refereerde de commissaris eraan dat hij als 10-jarig jongetje gefascineerd was door het orgel en elke kerkdienst waarin zijn vader als predikant voorging, hij bij de organist op het orgel zat.

De luiken zijn vanaf heden in het museum te zien. Het museum is open van dinsdag tot en met zaterdag, van 11:00 tot 17:00 uur.