Onroerendezaakbelasting betalen
Als eigenaar van een onroerende zaak betaalt u onroerendezaakbelasting (ozb). Voorbeelden van onroerende zaken zijn woningen, winkels, kantoorgebouwen en garageboxen. Bij een bedrijfspand betaalt ook de gebruiker van het gebouw onroerendezaakbelasting. Dit is bij woningen niet het geval.
De gemeente bepaalt de hoogte van de ozb op 1 januari. Dit doet zij aan de hand van de WOZ-waarde van uw pand. Heeft u halverwege het jaar een nieuwe woning gekocht? Dan betaalt u de ozb voor dat hele jaar voor de oude woning. Voor de nieuwe woning betaalt u in dat jaar nog geen ozb. De notaris verrekent deze bedragen vaak.
Voorwaarden
- U bent eigenaar van een (bedrijfs)pand en/of u bent huurder gebruiker van een bedrijfspand.
- Bent u eigenaar en/of gebruiker van een bedrijfspand? Dan betaalt u 2 keer onroerendezaakbelasting.
Kosten
Het bedrag van de aanslag OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Bij de berekening van de tarieven is rekening gehouden met de wijzigingen van de WOZ-waarden. Het OZB-tarief daalt naarmate de (totale) WOZ-waarde stijgt. Andersom stijgt het OZB-tarief als de (totale) WOZ-waarde daalt.
Voor het belastingjaar 2026 gelden de volgende tarieven:
- Eigenarenbelasting woningen: 0,0894% (2025: 0,095%)
- Eigenarenbelasting niet-woningen: 0,2309% (2025: 0,215%)
- Gebruikersbelasting niet-woningen: 0,1903% (2025: 0,185%)
Rekenvoorbeeld
Voor een woning die in 2025 een WOZ-waarde had van bijvoorbeeld € 310.000,00 moest in 2025 0,095% OZB betaald worden. Dat is € 294,50. Stel dat de waarde van deze woning voor 2026 is gestegen tot € 325.000,00, dan moet daarvoor in 2026 0,0894% OZB betaald worden. Dat is € 290,55. Dat is een daling van € 3,95.